Alle berichten van Twan Verheijen

Associatie leren

Honden leren door associatie, daar bedoelen we mee dat ze een gebeurtenis koppelen aan wat ze doen. Meneer Pavlov heeft ruim 100 jaar geleden ontdekt dat honden leren door associëren. Op het moment dat hij de voerbak pakte gingen zijn honden kwijlen.

Dit leren lijkt makkelijker dan het is, want wij gebruiken het vaak op het verkeerde moment waardoor de hond weinig of niets leert.

Hieronder zal ik een aantal voorbeelden geven.

Springen: Veel mensen gebruiken woorden als: laag, foei, nee, eh. Mensen gebruiken het woord vaak op het moment dat de hond springt. De hond koppelt het woord met springen. Omdat honden niet zolang omhoog blijven denken wij dat ze het begrijpen omdat ze weer naar beneden gaan. Maar het onderliggende gedrag verdwijnt niet. Hij springt nog steeds. Springen kan sowieso een lastig onderwerp zijn. Want de hond kan springen omdat hij opgewonden is, kan springen omdat hij onzeker is maar ook omdat hij vriendelijk is. Een hond die springt omdat hij onzeker is heeft weer een andere benadering nodig dan een hond die vriendelijk springt of opgewonden is. Welke dat is per hond verschillend.

Zindelijk maken van je pup: de pup doet buiten zijn behoefte. Je zegt tegen de pup goed zo op het moment dat hij klaar is met plassen. De pup komt naar je toe. Je geeft hem een voertje. De pup wordt beloond voor het komen. Wil je de juiste associatie dan kan je het, als je echt wilt belonen, doen als hij plast. Alleen loop je dan het risico dat hij halverwege het plassen stopt omdat je hem beloond hebt. Nog mooier is hem steeds weer naar buiten zetten. En binnen niets doen als hij toch per ongeluk plast.

Komen: Je roept de naam van de hond. De hond komt bij je en hij moet eerst zitten. Je beloont de hond voor het zitten i.p.v. het komen.

Je hond kijkt ergens naar. Bijvoorbeeld een mens. Je geeft een brul met  een “nee”. Je hond schrikt van je stem. Op dat moment heeft hij de associatie met een mens gemaakt. De mens is eng. Wil je liever niet dat hij naar een mens gaat, dan kan je hem even bij je roepen mits hij luistert.

Je hond blaft bij de vensterbank in huis: je loopt op hem af en zegt “foei”. Hij schrikt van je. De volgende keer als je naar hem toeloopt bij de vensterbank loopt hij al weg bij het naderen van jou. Wat heeft hij geleerd? Zodra hij bij de vensterbank is en jij komt er aan gaat hij weg. Hij heeft de associatie gemaakt met de vensterbank en jou “foei”. Het blaffen heb je nog niet weg. Hij kan ook op afstand blaffen.

Je hond trekt aan de lijn. Hij moet naast van je. Je hond doet dit keurig. Maar vervolgens trekt hij weer. Je hond heeft wel de associatie gemaakt met het woord naast, maar niet geleerd dat hij niet moet trekken.

Je hond trekt en je loopt de andere kant uit, als hij mee loopt dan ga je weer de andere kant uit. Hij heeft de associatie gemaakt, als jij de andere kant uit gaat moet ik mee lopen. Trekken aan de lijn kan de hond om meerdere redenen doen. Hij kan het doen omdat hij pijn heeft en weg wil, hij kan gestrest zijn en weg willen uit die situatie. En hij kan geleerd hebben dat trekken werkt omdat hij ergens naar toe wil. Sommige honden trekken ook omdat ze een hond spannend vinden en een boog willen lopen.

Het is in al deze situaties belangrijk dat je het associatieleren begrijpt, maar ook de hondentaal. Wanneer is de hond gestrest? Wanneer kan ik sommige dingen wel doen? Wanneer moet ik mijn hond na laten kijken op eventuele pijn? Waarom springt mijn hond? Waarom blaft mijn hond? Waarom wordt mijn pup niet zindelijk? Zo kan ik nog heel lang doorgaan.

Wil jij je hond leren begrijpen? Wil je hem iets leren en lukt het je maar niet? Vraag dan een snuffelsessie aan via het Aanvraagformulier, dan ga ik samen met jou kijken wat we er aan kunnen doen.

Mimi van Baars, Maroef coaching mens & hond puppy & gedragsbegeiding op maat.

www.maroef.nl

4 Tips om het bijtgedrag van je pup te verminderen

Pups kunnen zich maar kort concentreren (tien seconden per moment), daarna zijn ze alweer afgeleid.

Als je je dit bedenkt kun je begrijpen dat te veel indrukken niet goed voor hem zijn. Zijn hoofd wordt overvol waardoor hij niet meer goed weet wat hij doet. Hij kan dit op verschillende manieren uiten. Ondere ondere door het bijten in kleren, bijten in de handen of de stoelpoten, gaan rijden op mensen en dingen of in de riem bijten. Dit noemen we overprikkeling.

Voor een pup die bij zijn nieuwe eigenaar komt is alles spannend. Hij komt uit zijn veilige nest in de grote nieuwe wereld.

Hieronder een aantal tips voor de eerste dagen met je pup:

Tip 1.

Laat je pup de eerste dagen eerst zijn nieuwe thuis ontdekken, de nieuwe geurtjes, de onbekende plekken en situaties. Verlang de eerste dagen niets van je pup. Laat hem de eerste dagen in je tuin of balkon zijn behoefte doen. Doet hij iets wat in jouw ogen niet kan lok hem dan even weg maar verbied het niet. Zijn moeder liet hem ook onderzoeken. Voorkom dat hij datgene doet wat jij niet wil.

Tip 2.

Wordt je pup onrustig als hij in de tuin is geweest, ga zelf rustig zitten en neem een tijdschriftje voor jezelf zodat je pup weer tot rust kan komen. Dit kost tijd en geduld! Wil je pup bij jou liggen, neem hem lekker bij je zodat hij zich veilig voelt. Wil hij op een kleed liggen en valt hij uiteindelijk in slaap, laat hem dan lekker liggen waar hij ligt.

Tip 3.

Bied hem een alternatief aan, bijvoorbeeld een kauwbot of een speeltje als het puppybijten nog dragelijk is, ga zelf rustig zitten, raak je pup niet aan en corrigeer hem niet, je maakt het bijten daardoor alleen maar erger.

Tip 4.

Ben je wanhopig omdat het bijten te heftig is?

Ben je wanhopig omdat het bijten te heftig is? Laat hem dan meer onderzoeken op zijn tempo. Laat hem uitsnuffelen tijdens het lopen aan de lijn. Ga minder lang lopen, bijvoorbeeld 5 in plaats van 10 minuten. Stop met wilde activiteiten maar laat hem eens voertjes in het gras zoeken. Geef hem 24 uur per dag drinken. Laat hem nog niet alleen, zorg anders voor oppas. Kijk eens welk voer je geeft, het wil wel eens helpen om graanvrije brokken of vers vlees te geven.

Tot slot, vertel je pup wat je wel wilt in plaats van verbieden, daar zal hij meer van leren.

Kom je er niet er niet uit dan mag je me altijd mailen voor een advies via m.vanbaars@ziggo.nl

Mimi van Baars, Maroef coaching mens en hond, puppy en gedragsbegeleiding op maat

Blafgedrag bij honden

Een grote ergernis van mensen is het blaffen van honden. Dat blaffen irritatie opwekt komt door het geluid wat de hond maakt. Zou het geluid zacht zijn dan was het waarschijnlijk minder erg. Voor de hond is blaffen communiceren, om de ander duidelijk te maken dat er iets aan de hand is. Naarmate de spanning groter wordt zal hij harder blaffen. Vaak reageren wij mensen op blaffen door foei te roepen. Als dat niet helpt worden we bozer, gevolg is dat de hond harder en vaker gaat blaffen.

Waarom blaft de hond

Honden kunnen blaffen omdat ze dingen, mensen of dieren spannend vinden. Door te blaffen kan het zijn dat hij de ander op afstand wil houden, maar hij kan ook om andere redenen blaffen. Aan zijn manier van blaffen kan je horen of het angst, frustratie, opwinding, aandacht of verdediging is. Corrigeren zal niet helpen omdat de spanning dan oploopt waardoor het blaffen erger wordt. Maar ook negeren is niet altijd een optie omdat je daarmee de spanning niet weghaalt. Een hond die om aandacht blaft kan je wel negeren. Ook hoor ik wel eens andere adviezen die mensen krijgen zoals de hond op commando leren niet of juist wel blaffen. Ook al leer je je hond met een commando  dat hij niet mag blaffen, zijn spanning zal daarmee niet verdwijnen. Eigenlijk zeg je tegen de hond: “je mag geen spanning laten zien”.

Vandaag wil ik de blaf toelichten die ik vaker tegenkom, de pup of volwassen hond die na het eten tegen de eigenaar of een andere huisgenoot blaft. Als ik doorvraag welk eten de hond krijgt en hoeveel eten, krijg ik regelmatig te horen dat de pup/hond regelmatig zijn eten niet helemaal opeet. Honden zijn normaal gesproken goede eters. Honden die hun etensbak niet goed leegeten kunnen hun eten niet lekker vinden, maar ze kunnen ook zich niet lekker voelen. Zo kunnen ze pijn hebben in de bek. De kans dat hij nog honger heeft is aanwezig. Als we het eten aanpassen en kijken waar de hond wel op reageert is door honger aangespoorde blafgedrag meestal snel verholpen. Je begrijpt dat corrigeren geen nut heeft want je haalt zijn hongergevoel niet weg, je maakt het blaffen alleen maar erger. Zijn frustratie wordt daardoor erger. Deze blaf kan bij de frustratieblaf horen.

Wil je meer weten dan is het boekje blafgedrag van honden van Turid Rugaas aan te raden

Als de hond overmatig blaft is het aan te raden om hulp te zoeken bij een gedragstherapeut die kijkt naar de oorzaak en vanuit het welzijn van de hond werkt.

Wil je meer weten? Neem dan contact met me op via het contactformulier of m.vanbaars@ziggo.nl

Mimi van Baars; Maroef, Coaching Mens & Hond. Puppy en Gedragsbegeleiding op maat.

Socialiseren, hoe doe je dat?

Het is de dag voor kerst. Iedereen is gehaast om de laatste inkopen te doen voor de feestdagen. Het is dan ook veel drukker dan op andere dagen. Ook ik loop door het winkelcentrum om mijn laatste inkoop te doen.

Dan zie ik iemand met een golden pup van een maand of drie tussen de mensenmassa lopen. Het pupje heeft de oren naar achteren, hijgt en loopt hard mee met de snel lopende eigenaar.
Er stond een kerstman met een bel te rinkelen. De pup probeert stil te staan bij het geluid. Maar dat valt niet mee want de eigenaar loopt door. De kerstman ziet de pup en gaat op de hurken zitten. Goedbedoeld moedigt hij de pup aan. De pup loopt kwispelend op hem af. Het bovenste deel van de staart beweegt niet, alleen het onderste deel, maar zodra de hand uitgestoken wordt springt de pup achteruit en wil niet meer naar de man toe. Ik bleef staan, de pup zag mij en ging tegen mij aan staan. Een praatje maken met de eigenaar lukt me niet want het is te druk en teveel lawaai. Ik loop maar door om mijn nare gedachten los te laten.

Wat heeft deze pup nu geleerd? Mensenmassa, een geluid van een bel, een mens dat de hand uitsteekt, iemand die een rood pak en een witte baard heeft, het is allemaal niet leuk. Deze pup heeft weinig tot niets geleerd.
Je leest en hoort het overal, in boeken, op internet, bij de dierenarts, op straat dat je je pup zo snel mogelijk zoveel mogelijk moet laten wennen om te socialiseren. Voor de 12e week moet hij veel dingen gezien hebben.

Wat heeft jouw pup nodig voor een goede socialisatie om een goede basis te krijgen voor later?

1. Veiligheid
Je pup komt van een moederhond die altijd bij haar pups is gebleven, ze getroost heeft, ze geleerd heeft om niet bang te hoeven zijn. Maar dan komt hij bij jou… een pup moet leren dat het bij jou ook fijn is, die veiligheid moet je langzaam opbouwen.
De eerste tijd in de nacht bij hem slapen en hem lekker bij je laten.
De eerste weken niet alleen laten. Sommige pups hebben een paar maanden nodig om te leren alleen te zijn.
Bij veiligheid hoort ook eigen keus van slaapplek. Laat hem lekker bij je slapen. Bij zijn moeder en broertjes en zusjes lagen ze heerlijk bij elkaar. Pas als hij zich veilig voelt kan je oefenen met alleen leren zijn. Pups hebben heel veel slaap nodig, de meeste pups 18 a 20 uur. Het is dan ook beter in het begin niet teveel te doen. Slaapt je pup; lekker laten slapen. Ligt hij ergens; lekker laten liggen op die plek die de pup op dat moment fijn vindt.
Je kamer, en andere delen van het huis puppyproof maken zodat je pup nergens aan kan komen. Snoeren en voorwerpen waar hij niet aan mag komen wegzetten en iets voor dingen die niet weg kunnen zetten, zodat je pup wel kan onderzoeken, maar er niet aan kan komen.
Speelgoed van eventuele kinderen en belangrijke dingen aan de kant doen. Later als hij het aankan en minder ondernemend is, kan je die dingen weer op zijn plaats zetten.

2. Vertrouwen
Je pup dingen laten ontdekken op zijn tempo. Je zult merken dat je pup aan elk grassprietje ruikt. Dat hij alles in zijn bekje neemt, maar het ook weer los laat als je het toestaat. Als hij iets gevaarlijks heeft gepakt dan kan je het altijd ruilen in plaats van afpakken. Hij zal in het begin veel gaan zitten en kijken. Laat hem dit doen. Als hij zelf weer gaat lopen dan kan je mee lopen. Je hoeft nog geen kilometers te lopen met je pup. Hij zal het meest leren als je in alles rustig de tijd neemt.
Voorkom dat je pup dingen doet die jij niet wilt en leer je pup wat je wel wilt. Bijvoorbeeld opspringen naar jou, je kan door je hurken gaan zodat hij de pootjes op de grond houd.
Hem steun bieden als het nodig is. Vind hij mensen of honden nog spannend dan kan je beter afstand houden. Pas als het vertrouwen er is, dan kan je kijken of je de afstand kleiner kan maken. Pups geven dat al heel goed aan.
Laat je pup de wereld ontdekken zonder dat je iets van hem verlangt. Zonder dat je hem steeds roept en commando’s geeft.

Voor jou als eigenaar is het belangrijk dat je je pup leert begrijpen door de taal van de hond te leren. Leren wat de kalmerende en stress signalen zijn zodat je hem in moeilijke situaties kan helpen. Goede boeken zijn Kalmerende Signalen van Turid Rugaas en Stress bij honden van Martina Nagell, puppywijs van Marleen Mulder Aussums en Petra de Munnik.

Wat moet je niet doen?

1. Je pup oversocialiseren.
De pup in mijn verhaal werd overgesocialiseerd waardoor een pup niets kan leren.
De grootste fout die de meeste mensen maken is dat ze veel te veel doen met hun pup. Dit komt door internet, boekjes, je omgeving, dierenarts. Iedereen zegt het: je moet zoveel mogelijk doen om hem te socialiseren. Door teveel doen leert je pup weinig tot niets.

2. Teveel ontmoetingen met honden.
Het spelen kan ook met een volwassen hond 1 op 1 los van de lijn zodat ze de ruimte hebben weg te gaan.
Wild spel met honden. Als er te wild gespeeld wordt met een andere hond leert je hond later ook wild te spelen met honden. Hij kan zo niet goed zijn sociale vaardigheden leren. Volwassen honden spelen normaal rustig waardoor je pup wat kan leren.

3. Wild spel met andere pups.
Je mag hem zeker wel met een pup laten spelen, alleen let goed op dat het eerlijk spel is. Een pup die steeds in een hoekje wordt geduwd, of omgegooid wordt door een andere pup leert dat de wereld eng is en vooral dat andere honden eng zijn.

4. Teveel ontmoetingen met mensen die aan je pup komen.

5. Je pup niet in grote puppygroepen laten spelen, maar met 1 of twee pups.

6. Naar de markt, tram of stad of een winkel binnen gaan.
Zou je dit toch willen doen neem je pup dan op de arm en/of hou afstand van de drukte.

7. Naar anderen luisteren maar op je eigen gevoel afgaan.

Socialiseren doe je een hele hondenleven door. Socialiseren doe je met beleid. Het houdt niet op bij 16 weken. Hoe meer tijd je pup krijgt om alles in zijn tempo te mogen doen, des te stabieler wordt je pup. Bij jou in de omgeving zijn genoeg geluiden, geurtjes, mensen en honden die je pup op afstand kan bekijken. Woon je buitenaf en ben je niet van plan om naar een woonwijk te gaan, dan heeft jouw pup een andere begeleiding nodig dan de stadshond.

Wil jij ook de allerbeste start met jouw pup? Wil jij je pup zo opvoeden dat hij of zij sociaalvaardig is naar mensen en honden? Dan zijn individuele lessen van Maroef daar het beste voor.
Het levert je meer resultaat op omdat de puppycursus wordt aangepast op jullie wensen en de ontwikkelingsfase van je pup. Tijdens deze lessen leer je hoe je een duurzame relatie op kunt bouwen. De lessen zijn maatwerk en sluiten aan bij dat waar jij als baas tegen aan loopt. Je leert je pup nodig heeft en hoe je hem daarin kan begeleiden. Heb je interesse dan kan je mij mailen via: m.vanbaars.

Mimi van Baars; Maroef, Coaching Mens & Hond. Puppy en Gedragsbegeleiding op maat.

Hoe kan hij nou moe zijn?

Tijdens een begeleiding van een 16 weken oude pup in het bos komen we een vriendelijke loslopende hond tegen die de pup even “gedag” komt zeggen. Bij de vriendelijke hond loopt de eigenaar en ook een paard. De pup vindt het allemaal reuze spannend maar de ontmoeting verloopt rustig en goed. We gaan vervolgens op zoek naar een boom om een zoekspelletje te doen maar om de hoek komt weer een hond die wel erg onbesuisd op onze pup afkomt die daardoor erg schrikt. Na deze ontmoeting doen we een zoekspelletje bij een omgevallen boom waarna de pup weer meer ontspant.

Vervolgens lopen we nog een klein stukje waarbij ik de eigenaar nog wat aanwijzingen geef en vertel dat uitsnuffelen beter is voor de pup omdat hij anders gefrustreerd kan raken. Ik vertel ook dat de pup zelf gaat zitten als dit nodig is om te kalmeren en te observeren. Na ongeveer 30 meter geeft de pup aan dat het teveel allemaal wordt. Hij wordt drukker en gaat van alles pakken. Ik geef de eigenaar aan dat het teveel wordt voor de pup en dat we gaan stoppen. De eigenaar is verbaasd: “hij heeft nog maar 30 meter gelopen. Hoe kan hij nou al moe zijn?”.

Hij heeft inderdaad maar heel kort gelopen. De gedachtegang is heel normaal voor een puppy eigenaar met weinig ervaring. We hebben vaak niet in de gaten wat de pup allemaal voor indrukken te verwerken heeft als hij buiten is. Deze pup had een hond ontmoet, een paard gezien, nog een hond waar hij van schrok, een zoekspelletje gedaan en nog 30 meter gelopen. Voor deze pup was het meer dan genoeg. Belangrijk is dat je op tijd stopt en overprikkeling van je pup herkent.
Deze pup mag de rest van de dag uitrusten. En misschien morgen ook nog.

Mimi van Baars, Maroef Coaching Mens & Hond. Puppy en Gedragsbegeleiding op maat.

Foei, nee, kom hier, hierrrrr heb ik gezegd

Ik loop in het bos genietend van de natuur. Geen onvertogen geluiden, ik ben alleen samen met de vogels die een prachtig fluitconcert geven. Tot ik ineens achter me geschreeuw hoor “Foei, nee, kom hier, hierrrr heb ik gezegd”. Weg rust, weg vogels. Ik denk op dat moment oh jé daar komt iets heel spannends aan. Maar het valt mee. Een grote vriendelijke lobbes komt mij even gedag zeggen en gaat vervolgens eens lekker snuffelen. Een boos persoon komt bij ons, er kan nog net een sorry af, en vervolgens wordt de lobbes bij zijn halsband gegrepen en wordt er nog even op hem na gemopperd . De hond kijkt even op naar de persoon en lijkt te denken: maak je niet zo druk.

Dit is de realiteit. Ik kom het bijna dagelijks tegen. Mensen die veel “foei” tegen hun hond zeggen. Laten we ons eens in de hond verdiepen. Honden zijn niet ingesteld op “mensen” taal. Ze communiceren anders. Met hun lichaamstaal en geluid. Voor de hond klinkt foei, nee, hierrr net zoals Japans voor ons klinkt. Dat houdt in dat hij je niet verstaat, net zoals wij japanners (tenzij je Japans hebt geleerd) niet verstaan, zal je hond jou ook niet verstaan of begrijpen.

Deze lobbes heeft waarschijnlijk geleerd dat “foei kom hier” betekent “loop weg”. Maar wat kan je dan wel doen hem te leren bij je te laten komen? Als je hond nog niet goed reageert op zijn naam of kom hier dan is het sowieso verstandig om hem nog niet los te laten. Je kan hem leren te laten reageren op een woord door de juiste associatie te laten maken zodat, als je hem bij dat woord noemt, hij dan ook echt komt. Hoe je dit precies moet doen leer ik je tijdens een van mijn cursussen.

Er zijn honden die moeilijk los kunnen van de lijn, maar er zijn er ook genoeg die dit uitstekend kunnen leren. Er eenvoudige dingen die jij als begeleider van je hond kunt doen om hem makkelijker te laten komen zoals bijvoorbeeld op je hurken gaan zitten. Maar ook samen met je hond iets ondernemen zoals bijvoorbeeld naar een boom te lopen en daar iets lekkers of een speeltje verstoppen. Of kris kras door het bos te lopen. Zo bouw je meteen een band op met je hond en zal hij meer op je letten.

Probeer het eens om je hond te vertellen wat je wel wilt in plaats van wat je niet wilt. Even terugkomend op het “nee, foei, kom hierrrrr”, voor de hond is het Japans. Ga werken aan de vertrouwensband, samen iets doen tijdens de wandeling in plaats van alleen maar even gauw gaan lopen in het bos en je zult merken dat hij beter op jou zal reageren.

Toen de lobbes weer een eind weg was hoorde ik het fluitconcert weer en kon ik weer genieten van mijn wandeling.

Mimi van Baars, Maroef, coaching van Mens & Hond

Heeft jouw hond pijn?

“Mimi, volgens mij heeft jouw hond last van de rug. Ze loopt wat stijfjes.” Ik geloofde er niet veel van omdat ze rende en over sloten heen sprong. Beetje naïef misschien maar ik had nog niet opgemerkt dat ze anders liep.
Omdat ik ging twijfelen ben ik naar de dierenarts gegaan voor een check. Die zei niets bijzonders te zien, maar na een paar maanden zag ik zelf echter afwijkingen in haar gangwerk. Ik ben daarom naar een osteopaat gegaan. Deze heeft haar behandeld maar tevreden was ik niet. Vervolgens ben ik naar natuurgeneeskundige Marlies Garvelink gegaan. Mijn hond knapte zichtbaar op van haar acupressuur maar Marlies adviseerde me toch foto’s te laten maken. De diagnose van de dierenarts (een andere) was spondylose, een vergroeiing van de tussenwervels wat kan leiden tot veel pijn.

Waarom vertel ik dit?
Regelmatig krijg ik honden in begeleiding die probleemgedrag vertonen. Op mijn vraag of het kan zijn dat de hond misschien ergens pijn heeft wordt vaak ontkennend geantwoord. Hij rent en springt immers, hoe kan hij dan last van pijn hebben? De vraag stel ik meestal bij de hulpvraag zoals uitvallen naar honden, mensen of andere problemen. Pijn wordt vaak onderschat. Veel probleemgedrag komt voort uit pijn.

Hoe komt het dat een hond pijn kan heeft toch rent?
Honden die achter een bal of een andere hond aanrennen ervaren dat ze daar een kick van krijgen. Hun adrenaline peil gaat omhoog zodra ze weten dat er gegooid wordt met bijvoorbeeld een bal. De hond voelt op dat moment niets meer en wil alleen maar achter die bal of achter een andere hond aanrennen. Hetzelfde geldt voor springen over obstakels. Pas als de hond zijn aandacht heeft verlegd kan hij als hij pijn heeft dat laten merken.
Voor ons mensen zijn er een aantal duidelijke aanwijzingen, namelijk: tongelen als je aan hem komt, moeilijk overeind komen, veel op de buik liggen i.p.v. op de zijkant of veel hijgen.
De reu die moeilijk zijn poot op kan tillen tijdens het plassen. Als je aan hem komt kan hij zijn kop naar je toe draaien en kan hij naar soortgenoten gespannen reageren door te grommen, te blaffen of uit te vallen.

Als je je hond verdenkt van pijn ga dan naar een fysiotherapeut, osteopaat of een holistische dierenarts. Die zijn hierin gespecialiseerd.
Ik denk dat het goed is om je hond jaarlijkse te laten controleren door een fysiotherapeut waardoor problemen op tijd worden ontdekt en onnodig pijn lijden kan worden voorkomen.

Heb je vragen of hulp nodig voor je hond maak dan eens een afspraak voor een snuffelsessie via het Aanvraagformulier

Mimi van Baars, Maroef Hond, Puppy en Gedragsbegeleiding op maat.

Welke hondenschool kies ik?

De vakantie is voorbij. Je hebt net een pup en je bent op zoek naar een goede hondenschool. Waar kun je het beste opletten bij het kiezen van de hondenschool die bij jou en je pup past?

  • Dat er goede begeleiding is mochten pups met elkaar spelen.
  • Dat er vooraf uitleg wordt gegeven hoe spel eruit ziet.
  • Dat er gekeken wordt naar de lichaamstaal van de spelende pups.
  • Dat er kort gespeeld wordt ( 2 á 3 minuten).
  • Dat er niet meer dan 3 of 4 pups mogen spelen. Dat er wordt gekeken of de pups bij elkaar passen om te spelen.
  • Dat er aandacht gegeven wordt aan de lichaamstaal.
  • Dat er kleine groepjes van 3 á 4 pups zijn.
  • Dat de lessen niet langer dan 30 minuten zijn, en dat er gekeken wordt dat er op tijd gestopt wordt als het teveel is voor de pup.
  • Aandacht voor diervriendelijk materiaal zoals een tuigje en langere lijn en ze geen corrigerende middelen gebruiken.
  • Dat er geen dwang of correcties gebruikt wordt, maar tijd besteed wordt aan het ontdekken van alles wat je pup ziet en ruikt.
  • Dat er genoeg momenten zijn dat er snuffelspelletjes gedaan worden om het zelfvertrouwen te laten groeien.

Wat zou jij als puppy eigenaar je pup willen leren op een hondenschool?

Mimi van Baars, Coaching Mens & Hond, Puppy en Gedragsbegeleiding op maat.

Mijn hond is eigenwijs.

Wekelijks hoor ik begeleiders zeggen dat hun hond eigenwijs is. Of koppig hoor ik ook wel eens. Of het hoort bij het ras.
Wij mensen denken anders dan de hond. De hond denkt in zijn taal en wij mensen in onze taal. Hierdoor ontstaan er vaak misverstanden. We reageren daardoor anders. We worden boos, geïrriteerd, we gaan meer verlangen van de hond door hem meer onder “controle”te houden door nog meer bepaalde oefeningen te leren om hem beter te leren luisteren.

Voorbeeld: Iemand loopt in het bos en er wil een auto voorbij rijden. De hond moet zitten maar gaat niet zitten. Na boos te worden op de hond gaat de hond half zitten. Waarop de begeleider zegt: “hij is eigenwijs, hij wil niet”. Maar wat blijkt? Er waren brandnetels die de hond pijn deden. De begeleider had beter even de hond kunnen zeggen, “wacht” en hem laten staan en hem de keus geven.

Voorbeeld: een hond komt niet meteen als er geroepen wordt. De hond snuffelt en hoort de begeleider niet. De begeleider wordt boos omdat de hond niet komt. De hond beweegt wel met zijn oren waarop de begeleider zegt: “hij hoort me wel hij is gewoon eigenwijs. Maar voor de hond is het snuffelen vaak twitteren, net zoals jij in een spannend boek zit te lezen. Je hoort dan wel wat maar reageert ook niet meteen. Wacht je even tot hij uit is getwitterd dan komt hij wel mits het komen goed is aangeleerd.

Voorbeeld: De hond ziet een object dat hij spannend vindt en trekt de begeleider een andere kant uit. De begeleider vindt dat de hond er langs moet en houdt hem kort aan de lijn vast. Gevolg dat de
hond banger wordt. De begeleider zegt dat hij “gewoon eigenwijs is”. Begrijp je wat er in de hond omgaat dan zul je vanzelf wel een wat grotere afstand houden van een object waardoor de hond meer zelfvertrouwen gaat krijgen en zul je op een gegeven moment er wel normaal langs kunnen lopen.

Veel honden zullen zich aanpassen maar lopen wel gefrustreerd door het leven waardoor ze op latere leeftijd alsnog probleemgedrag kunnen krijgen. Vaak zijn we het zo gewend dat we de hond
toch weer het stempel geven: hij is eigenwijs/koppig. Sommige gedragingen zijn ras typisch maar de kalmerende en stress signalen zijn bij alle honden over de hele wereld gelijk. Alleen zullen ze het in bepaalde situaties allemaal op een andere manier laten zien.

Wil jij je hond ook leren begrijpen zodat “luisteren“ makkelijker gaat?
Geef je dan op voor de gratis snuffelsessie, dan gaan we samen kijken welk traject voor jou handig is.
Via de volgende link naar het aanvraagformulier kan je je opgeven: aanvraagformulier

Mimi van Baars, Coaching Mens & Hond, Puppy en Gedragsbegeleiding op maat. Delen mag!

Ik wil niet dat hij………

“Ik wil niet dat mijn pup springt”
“Ik wil niet dat mijn pup op de bank komt”
“Ik wil niet dat mijn pup trekt”

Dit zijn zinnen die ik dagelijks van mijn cursisten hoor. Ik begrijp wel wat mijn cursisten bedoelen met deze zinnen. Alleen de pup begrijpt deze woorden niet. Hierdoor ontstaat er miscommunicatie tussen de begeleider en pup.
Laten we het eens omdraaien; wat wil je wel dat je pup doet. Dat klinkt al anders he?
Dat zijn pootjes op de grond blijven.
Dat hij op de grond gaat slapen.
Dat hij met een slappe lijn loopt.

Het omhoog komen is natuurlijk gedrag .
Sommige pups springen uit vriendelijkheid, anderen omdat ze onzeker zijn. Nog weer andere pups springen vanuit opwinding. Het is dan ook belangrijk dat je dit verschil leert. Zodat je niet hoeft te denken “dat wil ik niet”. Soms is het belangrijker om je pup te steunen en aandacht te geven. Dat geldt voornamelijk als hij onzeker is, maar ook als hij vriendelijk even bij je komt.

Het opgewonden springen kun je voorkomen door je pup rustig te benaderen door op je hurken te gaan zitten, zachte stem te gebruiken, je handen laag te houden en als hij omhoog gaat dan ga je zelf opstaan. Maar alles in rust. Mensen op straat kun je vragen je pup met rust te laten. Zodat hij niet opgewonden hoeft te raken. Bezoekers kan je vragen de pup rustig te benaderen. Kijk uit met negeren: pups en pubers willen graag even contact.
Je hoort dat wel eens dat mensen een woord gebruiken om de pootjes op de grond te krijgen, maar je pup verstaat je niet. Hij kan niets met woorden en zal een verkeerde associatie maken met het woord. Bovendien…. was hij onzeker toen hij sprong? Was hij vriendelijk? Of was hij opgewonden?

Het op de grond liggen i.p.v. de bank.
Pups maar ook volwassen honden zijn contactliggers, dat houdt in dat ze graag tegen ons of elkaar aan liggen. Vraag je daarom af waarom je niet wil dat hij op de bank komt.
Allereerst zou ik beginnen met zoveel mogelijk fijne plekken te maken in de kamer. Met fijne plekken bedoel ik kleden, kussens, waar je pup maar op wil liggen. Ga er zelf eens bij zitten. Leg ook bij de bank of voor de bank waar het maar handig is iets neer waar je pup op kan liggen. Leg er een bot bij, zo leert hij vanzelf dat dat een plek is voor hem. Wat nou als je pup toch op de bank klimt? Kijk dan nog eens goed of je genoeg kleden op de grond hebt liggen. Bedenk wat jij wel wil, dat maakt het al makkelijker.

Wandelen slappe lijn.
Pups willen op de leeftijd van 9 weken vaak nog niet aan de lijn lopen. Het is dan ook verstandig om minimaal een 3 meter lijn te kopen met een goed zittend y-vormig tuigje, dat is de meest fijne pasvorm. Door de drie meter lijn heeft je pup voldoende ruimte om keuzes te maken. Je voorkomt dat ze gaan trekken omdat ze meestal niet verder dan 2 meter van ons vandaan willen. Dit is vooral als ze 9 weken zijn. Pas als ze een paar weken verder zijn gaan ze meer ontdekken maar dan hebben ze al geleerd met je mee te lopen. Door de langere lijn gaan ze niet trekken. Is dat wel zo, dan is er meer aan de hand. Dan denk ik aan stress, dingen spannend vinden en weg willen uit de omgeving. Ook belangrijk is je pup op zijn tempo alles te laten ontdekken. Als hij iets ouder is dan kan je wat meer van hem verlangen.

Wil je hier meer over weten? Ben je nieuwsgierig geworden over mijn manier van omgaan met de pup? Neem dan ook eens een kijkje op mijn site maroef.nl of neem contact op voor meer informatie of het maken van een afspraak via het Contactformulier. Wie weet zien we elkaar snel.

Mimi van Baars, Coaching Mens & Hond, Puppy en Gedragsbegeleiding op maat